Monumentenwet 1988
Uit Milieuhulp
- Meld ons ook ontbrekende of incorrecte informatie.
|
Valt onder thema
|
Toonnaam: Terug naar Monumentenwet 1988. Intro|- ! Ingevoerd door gebruiker | Gebruiker:MOOIjohnV |- ! Datum invoer | 2011/04/28 |- ! Toelichting | |}
De Monumentenwet 1988De Monumentenwet 1988 regelt de bescherming van monumenten (en in het bijzonder van door de minister aangewezen beschermde monumenten) en archeologische monumenten. De bescherming van gemeentelijke en provinciale monumenten is geregeld in de gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen. MonumentEen monument volgens de Monumentenwet is een zaak die; Daarnaast is ook een monument een terrein dat van algemeen belang is vanwege daar aanwezige zaken zoals hierboven omschreven. Dit zijn bijvoorbeeld plaatsen waar resten van romeinse gebouwen te vinden zijn. Deze terreinen worden ook archeologische monumenten genoemd. Beschermd monumentDe minister (van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) kan monumenten op eigen initiatief of op verzoek aanwijzen als beschermd monument. Deze beschermde monumenten worden ook vaak rijksmonumenten genoemd. Voor deze beschermde monumenten geldt een hoge mate van bescherming. Naast het verbod beschermde monumenten te beschadigen of vernielen is er voor een aantal handelingen met betrekking tot een monument een omgevingsvergunning vereist. De aanvraag van die omgevingsvergunning moet mede getoetst worden door een gemeentelijke monumentencommissie. Omdat aan het onderhoud van monumenten vaak veel extra kosten verbonden zijn bestaan hiervoor diverse subsidies. VergunningHet is verboden om zonder omgevingsvergunning een beschermd monument; te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Op de voorbereiding van de vergunning is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet Bestuursrecht (Awb) van toepassing. Tegen de vergunning staat beroep open voor belanghebbenden. Ook voor monumenten die op grond van gemeentelijke of provinciale monumentenverordening zijn aangewezen geldt, voor zover dat bij die verordening bepaald is, dat bovengenoemde handelingen niet zonder omgevingsvergunning mogen worden verricht. In dat geval is echter niet de procedure van afdeling 3.4 van de Awb voorgeschreven. Dit kan anders zijn als het monument deel uitmaakt van een groter ruimtelijk project en op grond van een ander onderdeel van dat project alsnog afdeling 3.4 Awb van toepassing is. Ook hierbij staat bezwaar en beroep open voor belanghebbenden. Bescherming archeologische monumentenDe bescherming van archeologische monumenten is nu nog geregeld in de Wet ruimtelijke ordening, vanaf de inwerkingtreding van de Wabo en de omgevingsvergunning op 1 oktober 2010 zal er op grond van de Monumentenwet 1988 een vergunning vereist zijn voor handelingen aan een beschermd archeologisch monument die schadelijk kunnen zijn voor dat monument. Artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalt dat de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan of beheersverordening rekening moet houden met de aanwezige en te verwachten archeologische monumenten in het plangebied. In artikel 39 van de Monumentenwet 1988 wordt de mogelijkheid gecreëerd om in het belang van de bescherming van archeologische monumenten in een bestemmingsplan een aanlegvergunning verplicht te stellen. Een aanlegvergunning is dan bijvoorbeeld nodig voor de aanleg van een weg of het leggen van kabels. In het bestemmingsplan kan bovendien worden bepaald dat bij de aanvraag voor een aanlegvergunning een archeologisch onderzoeksrapport moet worden ingediend. Verder kunnen b&w aan de vergunning voorschriften verbinden. Bijvoorbeeld dat voor de aanleg van een weg eerst archeologisch veldonderzoek moet plaatsvinden. Artikel 40 van de Monumentenwet 1988 bepaalt dat in een bestemmingsplan kan worden bepaald dat bij de aanvraag voor een bouwvergunning, in het belang van de bescherming van een archeologisch monument, een archeologisch onderzoeksrapport vereist is. Daarnaast kunnen b&w aan de bouwvergunning voorschriften verbinden. De volledige regeling voor de bescherming van archeologische monumenten is te vinden in hoofdstuk 5 van de Monumentenwet 1988. beschermde stads- en dorpsgezichtenEen groep gebouwen die van algemeen belang is vanwege schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang of cultuurhistorische of wetenschappelijke waarde, kan, door de minister, worden aangewezen als beschermd stadsgezicht. Voorwaarde is wel dat zich in die groep een of meer monumenten bevinden. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de Amsterdamse grachtengordel (sinds kort zelfs opgenomen op de UNESCO werelderfgoedlijst) en de haven van Volendam. In het bestemmingsplan moeten bepalingen worden opgenomen om een beschermd stads- of dorpsgezicht te beschermen. Als het al geldende bestemmingsplan voldoende bescherming biedt kan dat in sommige gevallen ook voldoende zijn, dit moet dan wel in het aanwijzingsbesluit vastgelegd zijn. Het is verboden een bouwwerk binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht te slopen zonder omgevingsvergunning. De volledige regeling met betrekking tot beschermde stads- en dorpsgezichten is terug te vinden in hoofdstuk vier van de Monumentenwet 1988. de precieze tekst van de monumentenwet 1988 kunt u vinden op www.wetten.nl |
M User:MOOIjohnV 2011/04/20

